Opgericht 1 maart 1961 door Charles Pahud de Mortanges.
Ereleden: Albert Milhado † (1981), Sjabbe Bouman † (1986), Dick Loggere (1986), Wim van Zijll (1987), Jan Nieuwenhuyzen Kruseman † (1991), Fanny Blankers-Koen † (2000), Hans Muller (2002), Chris Mijnarends (2003), Marie Smit-Vierdag † (2005), Ruud Onstein (2005) Klaas Nuninga (2006)
Nieuwsbrief 2009.02, april,mei,juni
Redactie: Rob van den Dobbelsteen
Vanuit het bestuur: Ben Sonnemans en Jan Jiskoot
Vaste correspondent: Ruud Onstein
Agenda
De agenda voor de komende tijd ziet er als volgt uit:
- EK hockey halve finale: vrijdag 28 augustus in Amstelveen (Johan Wakkie)
- judo WK: eind augustus 2009
- Eindhovensche Golf woensdag 16 september 2009 (Anneke Tuyt-van Riemsdijk)
- Klaas Nuninga Open woensdag 30 september 2009 (Klaas Nuninga)
- Najaarsdiner: dinsdag 3 november in het Holland Casino in Rotterdam.
Hole-in-one
De tweede Nieuwsbrief van dit jaar. Twee pagina’s minder dik dan normaal, maar dat komt ook door een voorjaar waarin de 144 wat minder bij elkaar kwam, dan te doen gebruikelijk. Niet getreurd evenwel: het programma voor de komende maanden zit ouderwets vol, mag er best zijn. Zo worden we verwacht op het WK judo in Rotterdam (de voorzitter is druk bezig alles in goede banen te leiden), gaan we kijken naar de halve finale van het EK Hockey, houden Klaas en Simone Nuninga op 30 september hun onvolprezen ‘Nuninga Open’ op de al even onvolprezen golfpiste van Laage Vuursche, zijn de voorbereidingen voor het altijd drukbezochte Najaarsdiner, dat dit jaar in het Holland Casino in Rotterdam plaats vindt, al in volle gang en… organiseert Anneke Tuyt op 16 september weer haar jaarlijkse golfwedstrijd voor 144-ers.
Dat laatstgenoemde evenement echter dreigt in de toekomst van het programma te verdwijnen. Met andere woorden: grijp vooral de kans om nog een keer een balletje te slaan op die schitterende ‘Eindhovensche’ ten zuiden van de lichtstad. En voor wie nog nooit een golfstok in zijn handen heeft gehad: de clinic die daar aan beginners wordt gegeven, is van een superieure kwaliteit. Ga maar na. Uw redacteur kreeg in Eindhoven zijn eerste echte lessen en behaalde nog geen drie maanden later zijn GVB (Golfvaardigheidsbewijs). Nog sterker, vorige week sloeg hij zelfs een hole-in-one. Zijn eerste weliswaar, maar hij kent golfers die al jaren op zo’n triomf hopen en er zelfs niet bij in de buurt zijn gekomen.
Tot 16 september daarom maar? Mooi.
Rob van den Dobbelsteen
Jan Kleyn overleden.
Op 1 april 2009 is 144-er Jan Kleyn op bijna 85 jarige leeftijd overleden. Enkelen van ons wisten dat Jan ernstig ziek was, maar hij wilde dat vooral niet aan de grote klok hangen. Jan was een trouw lid van de 144. Het jubileumroeifestijn bij De Hoop in 2006 bijvoorbeeld, vierde hij – gezond en wel - van het begin tot het einde mee.
Jan was een echte sprinter. Hij werd twee keer Nederlands kampioen op de 100 en 200 meter hardlopen (in 1947 en 1949), maar schatte zijn overwinningen op de geallieerde militaire kampioenschappen in 1946 en 1947 in Berlijn (hij werd daar eerste op zowel de 100 als de 200 meter) hoger in. Zijn deelname aan de OS in 1948 in Londen viel in het water door een blessure. Naast atleet was Jan ook een verdienstelijk schaatser en volleyballer.
Aanvankelijk was hij sportofficier bij de Koninklijke Luchtmacht. Hij beëindigde zijn carrière als directeur verkoop bij Delta Lloyd. De KNAU benoemde Jan als lid van verdienste, niet alleen vanwege zijn prestaties, maar ook voor zijn inzet voor de atletiekbond. Zo was hij tien jaar voorzitter van het district Zuid-Holland. Wij wensen de familie van Jan veel sterkte toe.
Eindelijk kinderhoofd voor Jan Janssen
Even wat sportgeschiedenis. In een legendarisch geworden sprint, won Jan Janssen in 1967 de wielerklassieker Parijs-Roubaix. Legendarisch 1) omdat hij op de wielerbaan van Roubaix de snelste was van een kopgroep zoals die daarna zelden meer is gezien (Rik van Looy, Rudy Altig, Geogrges Vandenberghe, Ward Sels, Willy Planckaert, Raymond Poulidor, Thuur de Cabooter, Gianni Motta en Eddy Merckx); en 2) omdat Jan die spurt won op nota bene een lekke achterband (!).
De 144-er: ’Maar dat wist ik toen nog niet. We reden de finale gelukkig op asfalt en dan heb je dat niet zo in de gaten. Daarbij was het natuurlijk toch veel te laat geweest om van wiel te wisselen. Ik vergeet die sprint uiteraard nooit meer. Ik was behoorlijk allround, maar geen supersprinter zoals bijvoorbeeld Rik van Looy en Ward Sels van wie ik in mijn ogen het meest te duchten had. Merckx zat op z’n knieën, dat had ik al gezien. Ik kwam op vijfhonderd meter voor de streep op kop. Eigenlijk veel te vroeg. Maar ik ben vervolgens vol door gegaan om de rest de adem af te snijden. Dat lukte.’
Een kleine dissonant: het kinderhoofdje, ofwel de kassei die de winnaars van Parijs-Roubaix sinds 1977 als trofee mee naar huis mochten nemen, ontbrak tot nu toe in de prijzenkast van Jan. De Nootdorper (‘bebrilde’, schreven ze er vroeger nog bij) was te vroeg met zijn overwinning. Maar in die lacune is nu voorzien. De Vlaamse wielrijdersbond en 'Les amis du Paris-Roubaix' kwamen op het idee ieder jaar een kassei uit te reiken aan een 'vergeten winnaar' van de jaren vóór 1977 en Jan was de eerste coureur die er op 1 mei één kreeg. Jan: ‘Ik ben inmiddels 68 en dan zou je denken, ach die kassei… Maar ik ben er geweldig trots op. Het is tenslotte nog steeds één van de mooiste overwinningen die ik ooit heb behaald.’
Wat toch een tamelijk krasse uitspraak is voor een man die in 1964 wereldkampioen werd en in 1968 zelfs de Tour de France won. Jan: ‘Ja, maar als je ziet wie ik toen achter me hield niet. Dat waren me een paar kleppers hoor, die ik daar versloeg. En dat ook nog eens op een lekke achterband.’
Missionaris Mario
Mario van der Ende lijkt langzaam maar zeker uit te groeien tot een missionaris van de scheidsrechterfluit. Nadat hij zijn evangelie al enkele malen in Australië had mogen verkondigen, reisde hij medio juni naar Saoedi-Arabië om op uitnodiging van de nationale voetbalbond aldaar samen met zijn Syrische collega Farouk Bouzo de arbitrage in het Arabische land door te lichten en van advies te voorzien. ‘Een mooie uitdaging’, aldus het bestuurslid van de 144 ‘en tegelijk ook een schitterende ervaring.’
Hij schreef dat in zijn lezenswaardige en vaak zeer geestige column in het voetbalblad‘Elf’, een column waarin niet zelden harde noten worden gekraakt. Zo deinsde Mario er niet voor terug bondsvoorzitter Michael van Praag (en mede-144-er) op de korrel te nemen nadat deze naar buiten was gekomen met plannen die de financiële armslag van de KNVB moesten vergroten. Mario in zijn column: ‘Ik ben reuze benieuwd met welke inventieve ideeën Van Praag precies komt. Hij noemt nu het stijgen van het KNVB-ledenaantal en het verder omarmen van het vrouwenvoetbal.’
En Mario vervolgt: ‘Kom op zeg. Ik heb veel respect voor de missie die dames-bondscoach Vera Pauw een aantal jaren geleden heeft ingezet, maar je gaat mij toch niet vertellen dat deze tak van de voetbalsport ineens de inkomsten van onze BVO’s gaat opvoeren? Misschien als Nederland ooit eens wereldkampioen wordt, dat er dan iets los gaat komen, maar vooralsnog blijft het op een KNVB-ledenwerfactie lijken. En wees nou eerlijk. Als ik de grootste voetbalkenner zal vragen wie de halve finalisten waren in het laatste dames-Europa Cup-toernooi (ja, dat bestaat echt), zal deze toch echt het antwoord schuldig moeten blijven.’
Maar hoe die Amerikaanse spits heet, weten we heel goed Mario. Al heeft dat weinig met voetbal te maken.
Ton Boot wil uitblinken
Je zou je als 144-er bijna een ‘looser’ gaan voelen als je geen boek hebt geschreven. De één na de ander zette zich de laatste jaren achter de tekstverwerker. Was het niet Leo van de Ruit (met een boek over roeier Jan Wienese), dan was het wel Erica Terpstra (met de met veel publiciteit omgeven onthulling hoe ze in enkele maanden zoveel kilo was afgevallen), was het niet Bettine Vriesekoop (met een boek over China), dan was het wel Toon Gerbrands (met het opzienbarende, door uw redacteur warm aanbevolen ‘De Lerende Winnaar’).
Daar is nu een boek over Ton Boot bijgekomen. Met dit verschil dat hij het niet zelf heeft geschreven en zelfs ook niet eens heeft gelezen of gaat lezen. Want (en zo kennen we Ton weer): ‘Als het niet klopt wat ze schrijven, loop je je op te winden en als het wel klopt, weet je ’t al en heb je er dus niets aan.’ Een quote die Igor Wijnker, de schrijver van ‘Bezeten – Ton Boot. De winnaar & het laatste seizoen’ zonder enige twijfel graag in zijn boek had opgenomen. Maar aan de andere kant: de lezenswaardigheid van zijn biografie is er niet minder door geworden. Ook al omdat Wijnker (‘Ik vind hem een hele bijzondere persoonlijkheid, bijna iemand met een geheim’) bepaald geen hagiografie heeft geschreven.
Ton Boot zoals hij echt is. Met zijn goede (de voorzitter van EBBC Den Bosch, Rinus de Jong: ‘Je kunt het of je kunt het niet en Ton kan het’) en zijn slechte kanten (ex-voorzitter Ruud Frese van Amsterdam: ‘Een groot vakman, maar eigenlijk valt er niet met hem te werken.’ En wat zegt de 144-er zelf in ‘zijn’ boek? ‘Wat mij drijft weet ik niet en ik weet ook niet waarom. Maar als ik iets doe wil ik uitblinken. Dat is heel ongezond. Altijd vergelijk ik me met anderen, dat is tegen het pathologische aan. Ik ben ervan overtuigd dat het op één of andere manier door mijn omgeving komt, maar precies weten doe ik het niet’
Uw redacteur voegt daar de volgende anekdote aan toe: Jaren geleden reed ik als goedwillend amateur nog wel eens een achtervolging op de wielerbaan van Alkmaar. En in één zomer – excuses voor deze onbescheidenheid, maar het is niet anders – was ik de beste van allemaal. In de finale klopte ik zelfs een voormalig Nederlands kampioen. Mijn prestaties werden vanaf de tribune bekeken door onder anderen Ton Boot. Maar dat wist ik niet. Ik had hem als basketballer wel eens zien spelen, maar verder kende ik hem alleen maar van naam. Drie, vier weken later werd ik tijdens een trainingsritje langs het Noordhollandsch Kanaal ingehaald door een andere fietser. Inderdaad, Ton Boot.
Nadat hij was uitgehijgd, ontspon zich het volgende gesprek: ‘Jij bent Rob van den Dobbelsteen hé?’ Dat kon ik moeilijk ontkennen. ‘Wie bent u?’ vroeg ik. ‘Ton Boot’, antwoordde hij, ‘ik heb je een tijdje geleden op de baan van Alkmaar zien rijden’. Ik gloeide van trots, dat spreekt. Ton Boot die mij aansprak en die zich mij herinnerde van een paar rondjes fietsen op het velodroom van Alkmaar. Maar dat was vlug over, die trots. Boot streng en met dat heerlijk lijzige stemgeluid van hem: ‘Wat mij opviel, ik wil dat toch wel even zeggen, je had op het laatst nog veel teveel over. Ik heb je rondetijden genoteerd en daaruit blijkt dat je je tegenstander makkelijk had kunnen inhalen. Dat was nóg veel mooier geweest. Totale vernedering.’
Ik moet hem heel verbaasd hebben aangekeken. Zeker toen hij ook nog eens al mijn rondetijden uit zijn blote hoofd opdreunde. Tot op tienden van seconden nauwkeurig. ‘Ton?’, zei generatiegenoot basketballer Jan Sikking laatst tegen me, ‘Ton? Een formidabele coach. Maar dan wel op het maniakale af.’
Met bovenstaand verhaal in gedachte, kon ik hem niet anders dan gelijk geven. Het boek deed daar nog een schepje bovenop.
‘Bezeten – Ton Boot. De winnaar & het laatste seizoen’ van Igor Wijnker kost 17,50 euro. ISBN 9789046803462
Ron Zwerver volgt zijn hart
Ron Zwerver wordt de komende twee jaar opleidingscoach van de Nederlandse volleybalbond. Een veelomvattende taak. Zo krijgt de 144-er onder meer de in de A-league uitkomende volleybalploeg van de HVA (Hogeschool van Amsterdam) onder zijn hoede, een team dat is samengesteld uit talenten die later – als het goed is - moeten doorstromen naar Oranje. Ron, die afgelopen seizoen nationaal kampioen werd met het inmiddels failliete ORTEC Nesselande, toonde zich buitengewoon content met zijn nieuwe job. ‘Mijn hart ligt bij de jeugd. Dat heb ik de afgelopen seizoen gemerkt. Ik haalde met Nesselande met een heel jong team de top en dat heeft me geweldig veel voldoening gegeven.’
Peter Blangé op zoek naar de ‘laatste vijf procent’
Een andere volleybalicoon, Peter Blangé, doet het als coach geweldig met de nationale ploeg. Na lange tijd keerde Oranje weer terug in de World League en won maar meteen even drie van z’n eerste vier duels. Toen deze Nieuwsbrief persklaar werd gemaakt, was China twee keer met 3-0 verslagen en was van Olympisch Kampioen Amerika een keer gewonnen (3-0) en één keer verloren (2-3). De ‘Lange Mannen’ terug aan de top? Nee, dat vond Peter wat al te kort door de bocht. ‘Maar we zijn wel op de goede weg, dat is duidelijk.’
Het moet voor mede-144ers als Joop Alberda en Toon Gerbrands goed zijn om te horen dat Peter nu begrijpt wat zij als ‘baas’ van de nationale volleybalploeg allemaal hebben moeten doorstaan. ‘Mijn respect voor mijn voormalige coaches is met factor tien toegenomen. Om maar een voorbeeld te geven: als speler heb je vooral een eigen belang. Ik was alleen maar bezig met de spelers die met mij in het veld stonden. Die droegen bij tot het resultaat. Ik hield me totaal niet bezig met de vraag of die jongens aan de kant het wel naar hun zin hadden. En na de training stapte in de auto en het was klaar. Dat is als coach wel even anders.’
‘Je krijgt als coach het hele pakketje. Iedere speler neemt zijn eigen karakter mee naar de sporthal, met de goede en de slechte kanten. Dat betekent dat je als coach je gedrag moet aanpassen. Alles met het doel dat je met de ploeg komt, waar je wil wezen. Het is een heel complex proces. Je bent constant op zoek naar die laatste vijf procent die het verschil betekent tussen winnen en verliezen. Dat is enorm uitdagend. En spannend. Want doe je het wel goed? Je houdt twijfels. Maar dat gaat dan weer wel hand in hand met presteren. Die onzekerheid is de prikkel die ertoe leidt dat ik overal op let. Dat ik van plan A eventueel over moet stappen naar plan B en wanneer nodig zelfs naar plan C. Overigens had ik dat als speler ook al.’
Een geboren coach dus.
Trinko Keen kan het niet laten
Van een epidemie is nog geen sprake, laat staan van een pandemie. Maar opvallend is het wel. Nadat Edith van Dijk als oud-sporter was opgenomen in de rijen van de 144 besloot ze plotseling een comeback te maken om toch nog één keer uit te kunnen komen op de Olympische Spelen. Ze begon weer keihard te trainen, kwalificeerde zich voor ‘Peking’, crawlde zich daar naar een 14e plaats, was daarover niet te tevreden en vocht zich – vlak voordat ze definitief stopte – in september op de Europese titelstrijd ook nog maar eens naar een 4e plek op de 5 kilometer. Uniek in de annalen van de 144.
Maar nu niet meer. Trinko Keen namelijk is ook op z’n besluit teruggekomen te stoppen als tafeltennisser. De 144-er sloot eind vorig jaar zijn imposante carrière af met een ongedachte tweede plaats dubbelspel op het Europees Kampioenschap. Dat deed hij met de Oostenrijker Werner Schlager die hem onlangs opbelde. Of eh Trinko niet eh… Het bloed kruipt, waar het niet gaan kan. Hij is alweer 37, Trinko. Maar mooi, dat hij tussen 13 en 20 september in Stuttgart samen met Schlager weer achter de tafel staat.
Of er nog meer 144-ers een comeback overwegen, is de redactie niet bekend. Maar wie weet. Jan Jiskoot leek ons laatst wel heel erg geïnteresseerd in het nieuwe, Italiaanse zwempak van Jaked.
Erica Terpstra dankt pappa
Geen Nieuwsbrief of we kunnen wel weer melden dat Erica Terpstra een prijs heeft gewonnen. Dat doen we met het grootste plezier. Omdat ze het domweg verdient. Ditmaal is ze door lezers van het maandblad MIND Magazine gekozen tot de meest sociale BN’er. Waarmee de 144ster – toch ook niet de minsten - Wendy van Dijk (tweede) en Marco Borsato (derde) achter zich liet. Erica toonde zich bijzonder verguld met de uitverkiezing. Temeer daar het een gevolg was van een wijze les van haar vader. De voorzitter van NOC*NSF: ‘Die zei altijd tegen me: als je je goed voelt en ergens blij om bent, dan moet je dat dezelfde dag nog proberen door te geven aan iemand anders.’
Wie zong dat ook alweer? Dat nummer van Cole Porter. Oh ja, Marilyn Monroe. My hart belongs to daddy.
Toon Gerbrands: ‘Verliezer is grootste winnaar’
‘Je geeft zelden interviews Toon’, zei uw redacteur op een bijeenkomst van de 144 eens tegen Toon Gerbrands, ‘waarom eigenlijk niet? Je bent nota bene algemeen directeur van AZ. Best interessant om eens jouw visie te horen over de successen van die club.’ Toon hikte noch verschrikte. ‘Dat is pure zelfverdediging’, zei hij. ‘Als je niets in het openbaar zegt, kunnen ze je ook nooit in het openbaar op die woorden afrekenen.’
Opvallend daarom dat Poul Annema hem in de Volkskrant wel aan de praat kreeg. En uiteraard ook de vraag stelde waarom hij, als één van de architecten van het succes, zo op de achtergrond bleef. Zelfs op het moment dat AZ als landskampioen feestend door Alkmaar trok. De 144-er: ‘Natuurlijk ben ik ontzettend blij en wat deze week aan emotie is losgekomen, is werkelijk geweldig, dáár geniet ik enorm van. Het is ook fijn dat ons managementteam wordt geroemd. Maar ik zeg altijd maar zo: dat stelt niemand op. Alle credits zijn voor de coaches en de selectie. Wij zijn louter ter ondersteuning.’
Ondersteuning die in eerste instantie voor een fundament moet zorgen. Toon: ‘Ik ga van het principe uit dat de eerste 90 procent van het succes maakbaar is door de organisatie strak te regelen, de scouting en de jeugdopleiding te verbeteren en de juiste mensen aan te trekken. Vervolgens lijkt de resterende 10 procent weinig, maar dat is wel precies topsport. Leren, verbeteren en ontwikkelen. Het kost evenredig veel tijd om de stappen van 90 naar 92 en daarna van 92 naar 93 procent te maken. Vorig jaar toen we als 11de eindigden, sprak iedereen van een dramatisch seizoen. Sportief gezien was dat ook zo. Maar qua leren en ontwikkelen was het geweldig. De Chinezen hebben daar een mooi spreekwoord voor: ‘De verliezer is de grootste winnaar’.
Maar het heeft er verdacht veel van weg dat hij nu de zaak goed op de rit heeft. AZ is tenslotte landskampioen. Toon: ‘Nee, zo werkt het niet in de sport. Als je denkt dat je alles onder controle hebt, ga je niet hard genoeg. Dan speel je op safe. Sport is grenzen opzoeken en passie. Nooit denken: nou weet ik het. Twijfel is de basis van het succes. Niets ergers dan triomfen die verdoven.’
Zei Peter Blangé eerder in deze Nieuwsbrief ook al niet zoiets?
Joop Alberda: ‘Succes is beangstigend’
Joop Alberda is danig in het nieuws de laatste maanden. Niet eens zozeer als de volleybalcoach die Oranje in 1996 naar de gouden Olympische medaille leidde, maar meer als een man die zijn aanpak als sportcoach wil vertalen naar het maatschappelijke en politieke debat. Want, zegt hij, ‘het stoort me geweldig dat we in Nederland de omvangrijke neiging hebben bij de pakken neer te zitten. Een land met zo’n hoog opleidingsniveau en met zo’n open samenleving kan met discipline en een positieve instelling heel goed door de crisis heen komen. Even niet ‘ja maar’ zeggen, maar gewoon je mond houden, je met elkaar verbonden voelen en je voornemen: we gaan het gewoon doen met elkaar. Unconditioned commitment’, noemde Arie Selinger mijn voorganger als nationaal volleybalcoach dat, ‘onvoorwaardelijke betrokkenheid.’
Maar luisteren ze naar hem? Joop hoopt het. Praat erover met vrienden, met hotshots als Herman Wijffels, maar ook op seminars. Waarbij hij donders goed weet dat er waarschijnlijk veel minder van hem zou worden gepikt als hij met Oranje tweede was geworden in plaats van eerste. De 144er in een interview met Jan Tromp in de Volkskrant: ‘Ik besef heel goed dat ik nu misschien wat kan zeggen over de wereldorde dankzij de sport. Wat in alle eerlijkheid uiterst dubieus is. Het gezag van mijn kennis is afgeleid van het resultaat dat die twaalf spelers daar in Atlanta in 1996 behaalden. Waren we tweede geworden dan had ik aanmerkelijk minder spreektijd gekregen op symposia, in tal van zaaltjes.’
‘Succes is net zo beangstigend als fascinerend. Het is een verschil van één puntje: 17-15 in de vijfde en laatste set tegen Italië. Dat gaat dus nergens over. En tegelijk gaat het over alles.’
Om lang over na te denken.
Foppe de Haan terug op oude nest
Foppe de Haan is terug op het oude nest. De 144-er gaat komend seizoen bij Heerenveen aan de slag als talententrainer bij het belofteteam. Zelf noemt Foppe zich liever de ‘senior coach’, die jonge, talentvolle spelers individueel gaat begeleiden. Als trainer van Jong Oranje ontdekte de Fries dat spelers uit de belofteteams nog wel eens tussen wal en schip raken. ‘Dat kan beter’, bedacht hij.
Foppe is onderhand 66, maar heeft bar veel zin in z’n nieuwe functie. ‘Ten eerste ligt het me, ten tweede is het leuk werk en ten derde is het interessant te zien wat je uiteindelijk kunt bewerkstelligen. Het klinkt misschien raar, maar ik moet de laatste tijd vaak denken aan twee mannen: de conciërge van de middelbare school waarop ik zat en de directeur van de Kweekschool. Als ook maar een paar voetballers mij zich als zo iemand zullen blijven herinneren, dan ben ik al heel gelukkig.’
144-ers op de Amsterdamse haringpartij
12 144-ers die in Amsterdam wonen, of in de directe omgeving, gaven gehoor aan de uitnodiging van de Stichting Amsterdamse Haringpartij om op 15 juni de jaarlijkse haringproefavond op het strand Zuid bij de RAI bij te wonen. De haring smaakte voortreffelijk. Zelfs Jaap de Groot vond dat ze daar in Volendam een puntje aan konden zuigen en Sjaak Swart (die we toch niet veel op onze bijeenkomsten zien), vond hem zelfs onweerstaanbaar. De zwemmers onder de 144-ers voelden zich weer bijna even vis, zoals Cees Vervoorn opmerkte.
Jan Jiskoot
Tenslotte
Iets te vertellen, of een goed idee? Meldt het aan het centrale aanspreekpunt voor de redactie: secretariaat DE 144: Jan Jiskoot, Lettenburg 96, 2135 DH Hoofddorp, e-mail: j.k.jiskoot@quicknet.nl Vergeet ook niet adreswijzigingen door te geven aan het secretariaat.
Website DE 144 Kijk voor de nieuwsbrieven en ledenlijst en agenda en foto’s ook op www.de144.nl
|